Beestenbende in Londen

In de vroege uren van donderdag op vrijdag werden nachtbewakers van het Natuurhistorisch Museum in Londen tijdens hun ronde opgeschrikt door vreemde dierengeluiden. Gewapend met zaklantaarns besloten ze om een kijkje te nemen in de centrale hal.

Daar troffen ze tot hun verbijstering tientallen wandelende en vliegende dieren aan van de verschillende afdelingen van het museum. Een van de nachtbewakers heeft contacten met Terra Fabula, zoals elk museum in de wereld van de mensen medewerkers heeft die in het geheim zowel overdag als ’s nachts alles in de gaten houden. Hij belde naar een speciaal telefoonnummer dat hem gelijk doorschakelde met de Magische Diensten.

Terwijl de andere bewakers in paniek wegrenden voor een sabeltandtijger die een ommetje maakte en wel met hen wilde spelen, wist de bewaker de opgezette dieren en skeletten in de centrale hal bijeen te houden door ze af te leiden met snoepjes die hij toevallig bij zich had. De andere bewakers hadden zichzelf intussen opgesloten in de bezemkast, waarin een aanzienlijke hoeveelheid insecten en reptielen zich had verstopt. Een kast die alleen van de buitenkant kon worden geopend.

Nadat de diensten van Terra Fabula de spreuken van de loslopende dierentuin hadden verwijderd, keerde de rust in het museum weer terug. De andere nachtbewakers werden uit de bezemkast bevrijd en van een nieuwe herinnering voorzien. Ze denken nu dat de beestenbende een grap was van studenten van de afdeling Natuurwetenschappen. Rond de grote slagtanden van de sabeltandtijger zit nog steeds kauwgom.

Na onderzoek werd geconstateerd dat de dieren uit een oude collectie kwamen die rond 1923 door het museum in het geheim werd aangekocht van een oude adellijke familie uit Yorkshire. De familie was van magische origine, ook al hebben ze daar waarschijnlijk nooit iets van geweten. In de wereld van de mensen zijn er veel families die geen kennis hebben van hun bijzondere oorsprong en uit het oog van veiligheid proberen de Magische Diensten dat zo te houden.

Er is bericht uitgegaan naar andere natuurhistorische musea over de hele wereld om te voorkomen dat ook daar bewakers of bezoekers worden opgeschrikt door wandelende dodo’s of dinosaurussen.